Drijvende zonneparken? Daar komt nogal wat bij kijken

Het lijkt mooi, zonnepanelen op het water. Maar er komt nogal wat bij kijken, zo hield Mark Straver van Lightsource zijn gehoor voor tijdens het congres ‘PV in de praktijk’ op Vakbeurs Energie. En Straver weet waar hij over praat. Lightsource legde in  Engeland het Queen Elisabeth II zonnepark aan, midden in een drinkwaterreservoir van Thames Water. “De panelen op floaters op het water leggen is niet het moeilijkste. Dat komt vooral in de fase wanneer het park in werking is. Het vergt nogal wat onderhoud. Zo mogen de kabels van de strings niet in het water hangen. Dan groeien er binnen no time schelpen en algen op. En als die schelpen te groot worden kunnen ze de kabels doorsnijden”, legde Straver uit. “Of neem de vogels. Die vinden het heerlijk om ‘s-avonds op de behaaglijk warme PV-panelen te zitten. Maar ze laten daar ook wat achter. En dat beïnvloedt de opbrengst. Uiteindelijk hebben we voor alles wel een oplossing gevonden en het park is nu al 1,5 jaar in bedrijf. Maar houdt er rekening mee dat een drijvend zonnepark zomaar 20 tot 30 procent duurder is dan een grondgebonden zonnepark.”

Het Queen Elisabeth II zonnepark levert in potentie 6,3MWp aan energie. Het bestaat uit 23 duizend panelen op zogenoemde floaters. Lightsource heeft een opbrengstgarantie voor 25 jaar afgesproken. 

Ga terug