Gebouwen kunnen nog veel energie besparen

Segmenten op de beursvloer

  • Binnenklimaat
  • Biomassa
  • Smart Energy
  • Energie Opslag
  • Geothermie
  • Isolatie
  • EPA label & advies
  • PassiefBouwen
  • Solar
  • Verlichting
  • R&D en beleid

Gebouwen kunnen nog veel energie besparen, om energiekosten te beperken en het klimaat te ontlasten. Hoe de besparing kan worden behaald is te zien op Vakbeurs Energie.

De gebouwde omgeving is goed voor circa 30 procent van het totale energieverbruik in Nederland. Van de totale 3.500 petajoule1 energie die Nederland jaarlijks verbruikt komt ruim 1.000 PJ voor rekening van de gebouwen, meldt ING. De energie wordt gebruikt voor onder andere verwarming, airconditioning maar ook allerlei elektrische apparaten zoals computers, tv’s en wasmachines en drogers. Jaarlijks kost dat circa 13 miljard euro aan energie. Met dat bedrag kan een bedrijf bij bank theoretisch gezien een investeringspotentieel van 260 miljard euro loskrijgen.

[Bron: https://www.ing.nl/media/ING_hand-in-hand-naar-energie-neutrale-gebouwen-september-2013_tcm162-73838.pdf]

Groot potentieel
De gebouwde omgeving beschikt dan ook over een groot potentieel voor energiebesparing. Volgens onderzoek van ECN alleen al voor ruimteverwarming een besparing mogelijk van rond de 67 PJ. Dat is maar liefst 37 procent op het gasverbruik van de gebouwen. Maatregelen ter verbetering vereisen een directe investering van 23 miljard euro. Hier staat een financiële gasbesparing tegenover van 1,2 miljard euro per jaar. Het potentieel voor energiebesparing is in kantoren het grootst. Zwembaden en supermarkten zijn in de gebouwde omgeving de grootste energiegebruikers.

Greep op woonlasten
Door in te zetten op energiebesparing in de gebouwde omgeving wil het kabinet ervoor zorgen dat mensen meer greep krijgen op de stijgende woonlasten.  Uit onderzoek blijkt dat het aandeel energie in de woonlasten blijft stijgen. Zo stegen de energieprijzen in de periode 2000-2010 aanzienlijk. De gasprijs verdubbelde en de stroomprijs steeg met circa 20 procent. En dat terwijl, afgaand op de uitgegeven energielabels, de energetische kwaliteit van de gebouwenvoorraad in die periode nog maar mondjesmaat was verbeterd.

Kwaliteit verbeteren
Gebouweigenaren moeten worden aangespoord om hun gedrag aan te passen en de kwaliteit van hun woning of bedrijfsgebouw te verbeteren. Daarnaast moeten aannemers, installateurs, isolatiebedrijven en energiebedrijven ervoor zorgen dat hun producten en diensten op peil is. Hier ligt een grote markt open voor de bouw- en installatiesector, bij de vele gebouweigenaren, zowel in de particuliere als in de professionele markt, die zij kunnen voorzien van advies, producten en diensten gericht op het verbeteren van de energetische kwaliteit van het gebouw.

[Bron: http://www.enerpro.nl/upload/file/quick/plan-van-aanpak-energiebesparing-gebouwde-omgeving.pdf]

Energieneutraal in 2050
De gebouwde omgeving kan met energiebesparing ook een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen, niet alleen op de korte maar ook op de langere termijn. Er zal een forse inspanning nodig zijn om dit in Nederland voor elkaar te krijgen. Partijen hebben in het energieakkoord afgesproken om de gebouwde omgeving in 2050 energieneutraal te maken. Dan moet er nog flink wat gebeuren. Nederland bespaart wel, maar het verbeteringstempo ligt veel te laag. Het grootste potentieel zit in de bestaande gebouwen en woningen. Daarom moet elk renovatiemoment worden aangegrepen om gebouwen en woningen energetisch te verbeteren.

Besparingstempo
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) verwacht dat het jaarlijkse energiegebruik in de gebouwde omgeving tussen 2008 en 2020 met 82 PetaJoule daalt naar 521 PetaJoule. Dat is niet voldoende om het doel van maximaal 507 PetaJoule in 2020 te halen dat de Rijksoverheid en diverse marktpartijen in 2012 in een koepelconvenant  afspraken. Ook het terugbrengen van de CO2-uitstoot door energiegebruik ligt nog niet op schema: naar verwachting daalt deze uitstoot tot 24,7 Megaton in 2020, terwijl het kabinet een maximale emissie van 22,5 Megaton in dat jaar als doel heeft gesteld.

Optimalisatie
Om het tempo op te schroeven, zijn er grofweg twee sporen: optimalisatie en innovatie. Het eerste spoor volgen we in Nederland al geruime tijd, bijvoorbeeld door betere isolatie van muren, daken en ramen en het efficiënter inregelen van energie-installaties. Dergelijke maatregelen zijn gemakkelijk uit te voeren en financieel aantrekkelijk, maar worden volgens veel partijen aan de overlegtafel te weinig genomen. De Wet Milieubeheer verplicht organisaties om te investeren in energiebesparende maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen, maar deze regels worden genegeerd.

Innovatie
Ook met innovatie is nog veel mogelijk. Er wordt veel kennis ontwikkeld op het gebied van schone of hernieuwbare energie, maar de toepassing ervan is nog niet wijd verspreid. Innovatieve technologieën die wel zijn gerealiseerd, springen in het oog. Zo worden gebouwen in Amsterdam-Zuidoost gekoeld met steenkoud water, in plaats van met een energieslurpende airconditioning. Maar vaak struikelen dergelijke plannen over wet- en regelgeving. In het geval van de natuurlijke airco bijvoorbeeld zijn dat de mogelijke gevolgen voor de biodiversiteit in de Ouderkerkerplas.

ESCo’s
Een innovatie met potentie vormen de Energy Service Companies (ESCo’s): bedrijven die speciaal worden opgericht om te investeren in energiebesparende maatregelen. Een ESCo ontwerpt, financiert, realiseert én garandeert de verduurzaming van een of meer gebouwen. Het bedrijf voert deze verduurzaming uit op basis van een meerjarig energieprestatiecontract, soms ook in combinatie met een meerjarig onderhoudscontract. Alle investeringen die de ESCo doet, verdient het bedrijf terug uit het rendement dat de energie- en onderhoudsbesparende maatregelen opleveren.

[Bron: https://www.ser.nl/nl/publicaties/ser/2013/themanummer/zuinige-gebouwen.aspx]

Nul op de meter
Voor een (bijna) energieneutrale woning of nul-op-de-meter woning worden energiebesparende maatregelen gecombineerd met energieopwekkende voorzieningen, zoals zonnepanelen, zonneboilers of warmtepompen. Verhuurders die hun woningen tot een (bijna) energieneutrale woning of nul-op-de-meter woning renoveren mogen hiervoor vanaf later dit jaar een energieprestatievergoeding aan hun huurders vragen. Via de energieprestatievergoeding kan de verhuurder de forse investeringen in de huurwoning terugverdienen. Over de hoogte van de vergoeding moeten de verhuurder en de huurder het eens worden.

Meer zekerheid
De wettelijk vastgelegde energieprestatievergoeding geeft verhuurders meer zekerheid dat zij een deel van hun investeringen kunnen terugverdienen. Het biedt daarnaast voor de huurder duidelijkheid over de redelijkheid van de vergoeding en de woonlasten na renovatie. De wet geeft gehoor aan een afspraak uit het energieakkoord. In het akkoord is afgesproken dat de sociale huurwoningen van woningbouwcorporaties in Nederland in 2020 gemiddeld energielabel B zijn. Om dit te bereiken zijn grote renovaties van woningen nodig. De aangenomen wet is daarmee ook een stimulans voor innovatie en werkgelegenheid in de bouw.

[Bron: https://www.ensoc.nl/nieuws/investeren-in-nul-op-de-meter-woning-beloond]